Blue Flower

 

Napoléon Coste (1805 - 1883).

Napoléon Coste was een Franse gitarist en componist.
Coste werd geboren in Amondans (Doubs), Frankrijk, dicht bij Besançon. Hij kreeg zijn eerste gitaarlessen van zijn moeder, een talentvolle gitariste. Als tiener gaf hij al lessen en veel concerten in Franche Comté. In 1829, op 24 jarige leeftijd, ging hij naar Parijs waar hij bij Fernando Sor studeerde. Onder de vleugels van Sor kende Coste een veelbelovende start van zijn carrière in Parijs in de vorm van concerten, componeren en lesgeven. Naarmate de componist tot ontwikkeling kwam, verdween de gitaar naar de achtergrond in het Parijse muziekleven rond het midden van de 19e eeuw en daarmee ook Coste; wel bleef het instrument zeer populair in het huiselijk gebruik, als begeleidingsinstrument bij het zingen van operathema's en chansons.

De populariteit van de gitaar was echter dalende, zijn kwaliteit als gitaarvirtuoos zorgde nog voor enige financiële stabiliteit. Hij slaagde er niet in om een uitgever voor zijn muziek te vinden en dus moest hij zijn publicaties zelf financieren. Ten gevolge van een ongeval brak Coste in 1863 zijn arm. Daardoor kon hij niet meer optreden. Hij huurde een assistent in en blijft voor gitaar componeren en lesgeven. Helaas, na Sor's dood, bezoedelde hij diens erfenis door zijn originele methode voor gitaar aan te passen en heruit te geven onder de naam "Méthode complète pour la Guitare par Ferdinand Sor, rédigée et augmentée (opnieuw van vingerzetting voorzien en uitgebreid) de nombreux exemples et leçons par N. Coste".

Als gitarist/componist zette hij de klassieke traditie van Sor, Giuliani voort en ontwikkelde zich, naast Mertz en Zani de Ferranti, tot een van de grootste romantische componisten van gitaarmuziek. Zijn stijl wordt gekenmerkt door een sterke melodievoering met een intensieve harmonie, veel gebruik van chromatiek en cadenza's en qua vorm meer rapsodisch dan doorgecomponeerd. Gitaartechnisch brengt hij positiespel, arpeggio's en passagewerk tot grote hoogte, een niveau dat breed wordt erkend in zijn etudes op. 38, die blijvend een plaats hebben verworven op de lessenaar van de gitarist.

Napoléon Coste speelde op een zeven-korige gitaar. Hij is één van de eerste gitaristen die de 17e eeuwse gitaarmuziek om heeft gezet in moderne muzieknotatie. Hij stierf op 77 jarige leeftijd met als nalatenschap een grote catalogus van originele composities voor gitaar. Zijn belangrijkste werken verdwenen vrijwel uit het zicht totdat er eind vorige eeuw een hernieuwde belangstelling voor ontstond met de uitgave van zijn complete werken.Tot zijn belangrijkste werke horen: Etudes Op. 38 en de Grande Sérénade Op. 30.

Musicoloog dr Ari van Vliet schreef deze onder de titel: Napoléon Coste: componist en gitarist in het muziekleven van het 19e-eeuwse Parijs een biografie met analyse van zijn composities in relatie tot contemporaine werken. Deze is nu in boekvorm verschenen. Het boek is uitgegeven in het Nederlands en bestaat uit drie delen : 1) een biografie over leven en werken van Coste in 462 pagina's 2) een thematische catalogus van alle werken van de componist, voorzien van beschrijvende analyses in 296 pagina's. 3) een compact disc met de belangrijkste werken van Coste, Souvenirs opus 17-23, Fantaisie symphonique opus 28[b] (eerste opname) en Le Passage des Alpes opus 27, 28 & 40, speeltijd 72:27 minuten, uitgevoerd door Ari van Vliet op een Kresse kopie van de oorspronkelijke Lacôte heptacorde gitaar van Coste. Via de website www.cumuli.nl is deze uitgave te bestellen.

bron: Wikipedia en Arie van Vliet

Composities met opus nummer:

Op. 2 : Variations et Finale...sur un motif favori de la Famille Suisse de Weigl ("Variations and Finale ... on a favorite theme of the Swiss Family Weigl")
Op. 3 : 2 Quadrilles de Contredances ("2 Contredance Quadrilles")
Op. 4 : Fantasie...Composée sur un motif du « Balle d'Armide » ("Fantasy ... Composed on a Theme from Armida's Ball")
Op. 5 : Souvenirs de Flandres ("Memories of Flanders")
Op. 6 : Fantaisie de Concert ("Fantasy Concert")
Op. 7 : 16 Valses Favorites de Johann Strauss ("16 Waltz Favorites by Johann Strauss")
Op. 9 : Divertissement sur « Lucia di Lammermoor » ("Divertissement on [the opera] Lucia di Lammermoor")
Op. 11 : Grand Caprice
Op. 12 : Rondeau de Concert
Op. 13 : Caprice sur ... La Cachucha
Op. 14 : Deuxième Polonaise ("Second Polonaise")
Op. 15 : Le Tournoi Fantaisie Chevaleresque ("The Fantasy Chivalry Tournament")
Op. 16 : Fantaisie sur deux Motifs de la « Norma » ("Fantasy on Themes from [the opera] Norma")
Op. 17 : La Vallée d'Ornans ("The Ornans Valley")
Op. 18 : Les Bords du Rhin ("The Banks of the Rhine")
Op. 19 : Delfzil ("Delfzil")
Op. 19b : La Romanesca
Op. 20 : Le Zuyderzée ("The Zuyderzee")
Op. 21 : Les Cloches ("The Bells")
Op. 22 : Meulan ("Meulan")
Op. 23 : Les soirées d'Auteuil ("Evenings in Auteuil")
Op. 24 : Grand Solo
Op. 27 : Le Passage des Alpes ("The Trail in the Alps")
Op. 28b : Fantaisie Symphonique ("Symphonic Fantasy")
Op. 29 : La Chasse des Sylphes ("The Hunt of the Sylphes")
Op. 30 : Grande Serenade
Op. 31 : Le Départ, fantaisie dramatique ("The Departure, Dramatic Fantasy")
Op. 33 : Mazurka
Op. 38 : 25 Etudes de genre ("25 Typical Études")
Op. 39 : Andante et Minuet
Op. 41 : Feuilles d'Automne ("Autumn Leaves")
Op. 42 : La Ronde de Mai ("May Rondo")
Op. 43 : Marche Funèbre et Rondeau ("Funeral March and Rondo")
Op. 44 : Andante et Polonaise (Souvenirs du Jura) ("Memories of Jura")
Op. 45 : Divagation ("Wandering")
Op. 46 : Valse Favorite ("Favorite Waltz")
Op. 47 : La Source du Lyson ("The Lyson River Spring")
Op. 48 : Quatre Marches
Op. 49 : Six Préludes
Op. 50 : Adagio et Divertissements
Op. 51 : Récréation du Guitariste ("The Guitarist's Break")
Op. 52 : Le Livre d'or du Guitariste ("The Guitarist's Vistors' Book")
Op. 53 : Six Pieces Originales (Reverie, Rondeau, 2 Menuets, Scherzo, & Etude)

Composities zonder opus nummer:
Woo : Meditation de nuit ("Night Meditation")
Woo : Andante et Allegro
Woo : Divertissement
Woo : Introduction et Variations sur un motif de Rossini ("Introduction and Variation on a Theme by Rossini")
Woo : Berceuse ("Lullaby")
Woo : Kleines Tonstück
Woo : Pastorale
Woo : Valse en ré majeur ("Waltz in D Major")
Woo : Valse en la majeur ("Waltz in A major")
Woo : Valse des Roses ("Waltz of the Roses")